donderdag

CO2 opslag: onder welke omstandigheden is dat nodig?

In de provincie Groningen wordt bij de Eemshaven een kolencentrale gebouwd. Nederland wordt daarmee in plaats van een stroomimporteur een stroomexporteur. Tegen deze overcapaciteit rijst verzet omdat groene stroom producenten in de provincie hun stroom niet meer kwijt kunnen aan het elektriciteitsnet. Het is de verantwoordelijkheid van de politiek om duidelijke afspraken te maken en geen klimaatvriendelijke partijen op de stroommarkt uit te sluiten in het voordeel van een afzonderlijke klimaatvijandige producent. De capaciteit van een stroomnet valt te verhogen en er zijn limieten mogelijk aan de maximale deelnemer per producent. Dat een centrale een groter vermogen heeft dan de binnenlandse markt vraagt en dat één centrale de maximale capaciteit kan benutten is geen argument om andere partijen uit te sluiten. Vooral niet als dat groene producenten zijn.
Verder wil de provincie CO2 opslaan onder de grond om aan de Kyoto doelstellingen te kunnen voldoen. Dit heet Carbon Capture and Storage (CCS). CO2 opslag kost energie. Er zijn dan ook partijen die er tegen zijn, omdat zij meer zien in energiebesparing. Dan is er geen ondergrondse opslag nodig.
Er is een omstandigheid die nog niet verwerkt is in de energiebehoefte ramingen. Dat is de situatie dat auto’s op stroom gaan rijden in plaats van fossiele brandstof als gas, benzine of diesel. Dan wordt de CO2 niet meer uitgestoten via de uitlaat, maar via de schoorsteen van een elektriciteitscentrale. Er zijn partijen die vinden dat auto’s op groene stroom zouden moeten rijden. Het zou mooi zijn als groene stroomproducenten maximaal hun bijdrage kunnen leveren aan de stroombehoefte, maar wanneer er een grote behoefte aan stroom komt wanneer de auto’s op stroom overgaan, dan kan een kolencentrale misschien wel een noodzakelijke aanvulling zijn op meer milieuvriendelijker centrales. Of er dan ook nog ondergrondse CO2 opslag nodig is, is een kwestie van berekeningen. Wanneer een auto niet meer op fossiele brandstof rijdt, kun je de CO2 die de centrale daarvoor opwekt ook direct in de open lucht laten, want er is een CO2 bron minder. Je kunt er ook voor kiezen om de CO2 ondergronds op te gaan slaan wanneer je zwaarwegende redenen hebt om dat toch te doen.

zaterdag

Provincie Groningen neemt Ecologische HoofdStructuur niet meer zo serieus

Vrijdag 13 november was een eindconferentie in de Statenzaal van de Provincie Groningen. Spreker was onder anderen gedeputeerde en agrariër Douwe Hollenga.
Hij besprak zijn leerervaring van het klimaatproject Adaptatie Ruimte en Klimaat (ARK). Alvorens in te gaan op de boodschap van Hollenga, iets over de ARK, in delen geplukt van het Internet, met in cursief commentaar.

Integratie van thematische plannen
De provincie Groningen is één van de hotspots uit het programma Klimaat voor Ruimte. De doelstelling van hotspot Groningen is verkennen welke bijdrage geleverd kan worden aan de klimaatbestendigheid van het Omgevingsplan en daarnaast om een methode te ontwikkelen die het ook voor andere regionale overheden makkelijker maakt om klimaatbestendige plannen te maken.

Hotspot Groningen, onder leiding van programmamanager Rob Roggema, is zeer praktijkgericht. Ruimtelijke ordening en klimaatverandering staan centraal. Binnen de hotspot zoekt de provincie Groningen naar manieren om klimaatverandering, inrichting en energieverbruik te combineren. Het proces moet er toe leiden dat er één geïntegreerde visie ontstaat, dat gebruikt kan worden in het omgevingsplan (POP).

Kennis verzamelen in workshops
Hotspot Groningen richt zich op de hele provincie en stelt vast hoe de klimaatbestendigheid geoptimaliseerd kan worden voor vijf verschillende thema’s:
• Water en natuur
• Kustverdediging
• Energiehuishouding
• Landbouw
• Zoetwatervoorziening en –voorraad

Elke workshop ving aan met enkele inleidende verhalen, die de situatie schetsten. Daarna werden groepen gemaakt die, gewapend met kaarten en stiften, op zoek gingen naar concrete oplossingen, mogelijkheden en kansen. Het geheel werd later plenair besproken, inclusief een gezamenlijke analyse van de voor- en nadelen van elke bedachte oplossing. Uit de sessie zijn daarna per thema aparte kaarten opgesteld, waarin meerdere oplossingen uitgewerkt zijn.

Terzijde: De nadelen van bepaalde oplossingen werden niet echt naar voren geschoven. Bijvoorbeeld: door de opwarming van het klimaat komen bepaalde vogels en vlinders uit het Zuiden naar het Noorden. Aan hen zou een habitat aangeboden moeten worden. Over het oprukken van de muskus- of beverrat geen woord. Moet er straks gediscrimineerd worden in soorten die wel en die niet welkom zijn?

Het proces
Binnen de provincie en als programmamanager van de hotspot Groningen houdt Rob Roggema zich bezig met strategische vraagstukken op het gebied van duurzaamheid en de ruimte. Hij stelt vast dat er de komende jaren een grote mentale verandering nodig is, een verandering in het denken. "Men moet", zo meent hij, "vanuit een verder weg gelegen toekomst achteruit gaan denken."

Enerzijds worden in de huidige situatie omgevingsplannen vastgesteld voor een periode van tien jaar en opereren provincies bijvoorbeeld op basis van een verouderde Ecologische HoofdStructuur; deze is opgesteld in de jaren ’80 en is anno nu achterhaald. Anderzijds staat een aantal ingrijpende veranderingen vast: rond 2100 is de zeespiegel zo’n anderhalve meter gestegen en in 2050 zal de fossiele brandstof op zijn en bovendien onbetaalbaar zijn geworden. De werkelijkheid blijkt daarbij telkens weer weerbarstig te zijn: voorspelde veranderingen voltrekken zich anders dan gedacht.

Geleerde lessen
Roggema vindt het ‘out of the box’ denken van groot belang. Er wordt door overheden nog veel gewerkt volgens bekende processen; het van-analyse-naar-plan-redeneren. Op gebied van omgevingsplannen wordt gedacht in vierkante meters en dat is, zo meent hij, achterhaald.
Daarnaast ziet Roggema dat het veel inzet vraagt om klimaatadaptatie op de politieke agenda te houden. Dagelijkse besluitvorming krijgt prioriteit boven klimaat. Roggema voorziet kansen door meerdere mediamomenten te creëren en de media in te zetten om klimaat en adaptatie onder de aandacht te brengen en houden.

Tot zover de informatie op Internet.

Het is intrigerend wat Roggema zou kunnen bedoelen wanneer gesteld wordt dat de plannen over de Ecologische HoofdStructuur en de indeling van de ruimte op het platteland achterhaald zouden zijn. Op basis van wat de sprekers zeiden, kan worden vermoed dat veel deelnemers van de conferentie het een goed idee zouden vinden om een deel van het land weer terug te geven aan de zee. Daarover was gedeputeerde Hollenga voor de goede verstaander duidelijk: er wordt geen landbouwgrond opgeofferd.
Over de Ecologische Hoofdstructuur was Hollenga laatdunkend: nu spreken we over een natte as, straks moet er een droge as worden geregeld voor de oprukkende zebra’s.

Het geheel wekt de indruk dat Roggema en opdrachtgever het Provinciaal College van Bestuur van Groningen niet op lijn zitten en dat de belangen van de landbouw leidend zijn in het formuleren van een toekomstvisie. Er is in ieder geval gedupeerde Hollenga (CDA en met dierenwelzijn in zijn portefeuille) weinig gelegen aan de belangen van de natuur.

Zowel CDA als VVD vinden al langer dat de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) niet per se, zoals afgesproken, in 2018 klaar hoeft te zijn.

Er gaat niets boven de hypocrisie van Groningen.

Zoeken

  Web stadjerswacht.blogspot.com  

Partij voor de Dieren werkgroep Groningen